Koersen
-
In de wind : In de wind varen betekent dat de wind recht vooraan invalt op de boeg. Dit betekent dat de hoek van de romp en de wind rond de 0° bedraagt.
-
Aan de wind : Aan de wind varen betekent dat de wind schuin vooraan invalt op de romp. Dit betekent dat de hoek van de romp en de wind tussen de 30° en 90° bedraagt.
-
Halve wind : Halve wind varen betekent dat de wind loodrecht invalt op de romp. Dit betekent dat de hoek van de romp en de wind rond de 90° bedraagt.
-
Ruime wind : Ruime wind varen betekent dat de wind schuin achteraan invalt op de romp. Dit betekent dat de hoek van de romp en wind tussen de 90° en 180° bedraagt.
-
Voor de wind : Voor de wind varen betekent dat de wind recht achteraan invalt op de achtersteven van de zeilboot. Dit betekent dat de hoek van de romp en de wind rond de 180° bedraagt.
Koersveranderingen
Oploeven
Oploeven is een stuurmaneuvre waarbij de boeg van het schip draait in de richting van waar de wind komt. Oploeven is dus hoger aan de wind varen.
Afvallen
Afvallen is een stuurmaneuvre waarbij de boeg van het schip draait in de tegenovergestelde richting van waar de de wind komt. Afvallen is dus ruimer aan de wind varen. Dit is het tegenovergestelde van oploeven.
Overstag
Overstag gaan is een draaimaneuvre waarbij de boeg van het schip door de wind draait. Het overstag gaan begint met een koers aan de wind, daarna stuurt men de boeg van het schip in de wind tot een aan de windse koers langs de andere kant van de wind. Bij het overstag gaan veranderen de zeilen van boord (kant). Overstag gaan heeft als bedoeling om te wenden.
Praktisch :
-
De stuurman vraagt aan de bemanning of zij klaar zijn om de wenden. Bijvoorbeeld ?Klaar om te wenden??
-
De bemanning beantwoordt elk afzonderlijk met bijvoorbeeld ?Klaar!?
-
Stuurman roept ?ree!? en stuurt de boot met de boog door de wind (de dode hoek).
-
De bemanning wisselt het voorzeil van boord (kant).
Gijpen
Gijpen is een draaimaneuvre waarbij de achtersteven van het schip door de wind draait. Het gijpen begint aan een ruime koers, daarna stuurt men de achtersteven van het schip door de wind (voor de wind) naar een ruime koers langs de andere kant van de wind. Ook bij het gijpen veranderen de zeilen van boord (kant). Gijpen heeft als bedoeling om te halzen.
Praktisch :
-
De stuurman vraagt aan de bemanning of zij klaar zijn om te gijpen. Bijvoorbeeld ?Klaar om te gijpen??
-
De bemanning beantwoordt elke afzonderlijk met bijvoorbeeld ?Klaar!?
-
De stuurman vraagt om de giek aan te halen, zodoende die niet de ruimte heeft om hard van boord te veranderen.
-
De stuurman roept ?boom? en stuurt de boot met de achtersteven door de wind.
-
De bemanning let op voor de giek die van boord veranderd.
-
De bemanning wisselt het voorzeil van boord.
Klapgijp
Gijpen kan ook per ongeluk gebeuren, als bij een ruime of voor de windse koers het grootzeil ongewild onder invloed van de wind naar de andere boord gedwongen wordt. Dit noemt men een klapgijp. Door de kracht van de wind die naar de achtersteven blaast, kan de giek zeer snel en krachtig van boord veranderen. Hierbij loopt men het gevaar dat de bemanning geraakt wordt door de giek of de grootschoot, waardoor zij letsels oplopen of overboord vallen. Bovendien is er ook gevaar voor schade aan het schip.
Stormrondje
Omdat gijpen bij veel wind een gevaarlijke manoeuvre kan zijn, kiest men er soms voor om een stormrondje te draaien :
-
Men vaart een ruime koers,
-
dan oploeven tot een aan de windse koers,
-
dan overstag gaan,
-
dan vaart men een aan de windse koers langs de andere boord,
-
afvallen tot een ruime koers
Bijgevolg vaart men een ruime koers aan de andere boord dan bij het begin van het stormrondje. Een stormrondje heeft dus hetzelfde gevolg als een gijp, maar met minder gevaar op schade.
Bijliggen
Bijliggen is een zeilmanoeuvre waarbij men de boot ter plaatse houdt. Het voorzeil staat dan aan de "verkeerde kant" (bakzeil), het grootzeil is gevierd en men stuurt de boot in de wind. De boot zal niet echt ter plaatse blijven, maar via voor en achter bewegingen, geleidelijk verlijen.
Praktisch :
- Men vaart een koers aan de wind.
- Men stuurt de boot in de wind tot de wind in de "verkeerde kant" van het voorzeil blaast.
- Men viert het grootzeil en stuurt de boot naar de wind.
